www.pesse.com
Pesse; precies goed!

  
  
  

Natuur
(in de directe omgeving van Pesse)

Nuilerveld
Ten noordoosten van Pesse ligt het Nuilerveld. Het is een gevarieerd heide-stuifzandgebied, deels omgeven door bos. De merkwaardig gevormde vlakke en hooggelegen plateaus met de bijbehorende steilranden op de overgang naar de lagere delen, maken het gebied in landschappelijk opzicht zeer de moeite waard.

Geschiedenis
Het huidige Nuilerveld is een restant van een oorspronkelijk veel groter Nuylerveld. Omstreeks 1900 vormde dit terrein nog één geheel met de Kraloër- en Dwingeloosche Heide en de Boerenveensche Plassen. Het nabijgelegen Zwarte Water was in die tijd aanmerkelijk groter. In de eerste helft van deze eeuw werden grote delen van de uitgestrekte 'woeste gronden' omgezet in landbouwgrond. Het huidige Nuilerveld werd voor ontginning behoed, wat onder meer te danken was aan het markante reliëf en de uitermate schrale ondergrond. Wel werd het centraal gelegen en meest vlakke deel van het terrein in landbouwgrond omgezet. Nadat de Stichting Het Drentse Landschap dit deel verwierf werd het weer aan het natuurgebied toegevoegd.

Plantenwereld
Op de voormalige akker binnen het reservaat is een interessante plantengroei tot ontwikkeling gekomen. 

De zeldzame Grondster komt daar massaal, op enkele plekken zelfs zodevormend, voor. In de natte laagten is het eveneens zeldzame Oeverkruid in het gezelschap van Waterpostelein te vinden. Dat deze soorten juist in dit deel van het terrein voorkomen, is te danken aan de keileem, die hier erg dicht onder de oppervlakte ligt. In de rest van het terrein is de heide zeer gevarieerd van samenstelling. Op de hoge, droge zandkoppen bloeien het Zandblauwtje en de Stekelbrem tussen de Struikhei. Typerend voor dit terrein zijn de grote oppervlakten Kraaihei. In de zuidwesthoek is een aantal oude Jeneverbessen aanwezig. 

Dierenleven
Ondanks de betrekkelijk geringe afmetingen van het terrein zien typische heidevogels kans om er hun jongen groot te brengen. Hier is de welluidende zang van de Boomleeuwerik te horen. Maar ook de Roodborsttapuit is broedvogel in het terrein. Van de vele vlindersoorten die zijn waargenomen, zijn het Groentje, het Heideblauwtje en de Heivlinder aan te merken als karakteristieke soorten voor de heide. In de bospoelen plant de Kleine watersalamander zich voort. De waterhoudende laagten in het voormalige cultuurland zijn in trek bij zowel Groene als Bruine kikkers. Ook verschillende eendensoorten komen hier graag een kijkje nemen.

Beheer 
Om de zeldzame oeverkruidbegroeiing in stand te houden moet de groei plaats af en toe onder water staan. Om dit te bereiken zijn enkele waterafvoerende greppels en sloten gedempt. Het gehele terrein wordt door middel van begrazing met enkele Schoonebeker schapen en wat Hooglander ossen verschraald. Wanneer nodig wordt dit aangevuld met plaatselijk maaien en afvoeren. Het bos bij de ingang van het terrein wordt door middel van herhaalde onregelmatige dunningen geleidelijk omgevormd tot een meer gevarieerd loofbos.


Heideblauwtje

Toegankelijkheid
Door het gebied is een wandelroute (ca 2 km) uitgezet. Het meenemen van honden is niet toegestaan. Het Nuilerveld ligt ten noordoosten van Pesse.

Boerenveensche Plassen
Het reservaat Boerenveensche Plassen bestaat uit een vrijwel vlak, heischraal heideterrein met veel venige laagten, vennetjes en veenputten. De Boerenveensche Plassen liggen ten noorden van Hoogeveen, ten westen van de spoorlijn. Wie tijdens een natte periode vanuit de trein dit gebied bekijkt, zal zien dat het zijn naam eer aan doet: plassen, plassen en nog eens plassen. Het terrein behoort tot één van de laatste middelgrote vochtige en venige heidevelden in Drenthe. In het zuidwesten sluit het aan op het Spaarbankbos.

Geschiedenis
De Boerenveensche Plassen worden in tweeën gedeeld door de Kerkweg, ook wel Dooddijk genoemd. Vroeger brachten de mensen uit Stuifzand hun doden via deze Dooddijk naar de begraafplaats in Pesse.

De grafheuvel aan de rand van het terrein getuigt van een begrafeniscultuur die veel verder terug in de tijd gaat. Mogelijk lag deze eenzame grafheuvel ooit temidden van andere heuvels, die bij de ontginning van de heide verloren zijn gegaan. Van oorsprong maakten de Boerenveensche Plassen deel uit van het uitgestrekte Pesserveld. 

Toen de heide ten oosten van het nabijgelegen Spaarbankbos werd ontgonnen, werd verdere ontwatering noodzakelijk. Om dit mogelijk te maken werd er een diepe sloot langs de Dooddijk gegraven. Helaas ontwaterde deze sloot niet alleen het cultuurland, maar ook het heide- en plassengebied. In het begin van de jaren '70 kwamen de eerste gronden van het terrein in bezit van 'Het Drentse Landschap'.

Plantenwereld
De heide rond de Boerenveensche Plassen is van oorsprong bijzonder soortenrijk. Als gevolg van ontwatering en vergrassing zijn enkele zeldzame plantensoorten,  zoals de Gevlekte orchis, Liggende Vleugeltjesbloem en Heidekartelblad bijna verdwenen. Toch huisvest het gebied nog steeds een opmerkelijk rijk plantenleven. Deze plantenrijkdom is te danken aan de aanwezigheid van keileem in de bodem. In een deel van het terrein waar vroeger maïs werd verbouwd, groeit nu het zeldzame Oeverkruid. Langs de vennen en op recentelijk geplagde delen zijn de met lijm beparelde blaadjes van de Kleine en Ronde zonnedauw te vinden. Dit zijn ook de plaatsen waar de Moeraswolfsklauw zich thuis voelt.
 
Dierenleven
Dankzij de afwisseling tussen nat en droog, de uitgestrektheid en de grote mate van rust kent het gebied een rijk vogelleven. Gedurende de trektijd zijn hier vaak Kemphanen, Rietganzen, Groenpootruiters en massa's Grutto's te zien. Soms worden in het winterhalfjaar Klapeksters gezien. Wintertalingen en Dodaarzen zijn slechts enkele van de vele broedvogelsoorten. Bezoekers worden soms verrast met bijzondere soorten, zoals bijvoorbeeld Grote zilverreigers en Lepelaars. Sinds het gebied weer natter is geworden, is de vogelrijkdom spectaculair toegenomen.


Tureluur


Ruiter


Grutto

Beheer
Het gebied kon weer kletsnat worden doordat in 1986 de sloot langs de Dooddijk vervangen werd door een pijpleiding. Hierdoor werd het mogelijk om het achterliggende boerenland te ontwateren, zonder dat de plassen van het natuurgebied verder verdroogden. Sinds 1983 wordt het gebied begraasd door schapen en runderen. In de loop van de tijd zijn verschillende delen geplagd en gemaaid. Enkele voormalige landbouwgronden worden mee verschraald en beginnen al één geheel te vormen met de rest van het natuurgebied.

Toegankelijkheid 
Het gebied is toegankelijk via de beklinkerde Dooddijk die er dwars doorheen loopt. Vanaf deze weg is een goed overzicht over het terrein te verkrijgen. De Dooddijk is een voortzetting van de Kerkweg in Pesse. In de winter kan er op het ven ten zuiden van de Dooddijk geschaatst worden. Door dit natte gebied lopen nauwelijks paden, waardoor de wandelmogelijkheden beperkt zijn. Honden zijn hier niet toegestaan.